Verdronken Militairen

Marten Witteveen (1882-1914)

Marten Witteveen werd op 24 juni 1882 geboren op Schiermonnikoog. Zijn vader was Jan Fokke Witteveen (in 1901 was deze al overleden), zijn moeder was Catharina Geertruida Smids.

Marten Witteveen was arbeider van beroep. Hij had lotingsnummer 4 van de gemeente Schiermonnikoog. Hij was 1,61m lang, had blond haar en blauwe ogen. Op 3 maart 1903 moest hij in dienst; hij werd ingedeeld in het 1e regiment infanterie. Op 1-7-1904 werd hij overgeplaatst naar het 10de RI, en op 1-8-1910 ging hij over naar de landweer. Op 2 september 1914 verdronk Witteveen tijdens het zwemmen in de rivier de Lek.

Leeuwarder Courant, 3 september 1914

Meegevoerd door een sterken stroom is te Vianen Dinsdagmiddag, voor de ogen van zijn kameraden, tijdens het baden in de lek verdronken de ongehuwde 32-jarige landweerman , behoorende tot de 2de comp. 2de bat landweerinfanterie, Marten Witteveen , van Schiermonnikoog . Alle pogingen om hem te redden, bleven vruchteloos. Tegen den avond was zijn lijk nog niet gevonden.

Rotterdams Nieuwsblad, 5 september 1914

Woensdagmiddag is te Vianen in de Lek de landweerman W. uit Schiermonnikoog bij het zwemmen verdronken. Hoewel er tientallen manschappen bij waren, heeft men hem niet kunnen redden. Het ongeval moet aan eigen onvoorzichtigheid te wijten zijn, daar hij meermalen gewaarschuwd was niet verder in de Lek te gaan dan een touw aanwees. Wij vernemen nog, dat hij de kostwinner zijner moeder was. —

 Telegraaf 8 september, 1914

Het  lijk van den militair Witteveen uit Schiermonnikoog, die Woensdagmiddag bij het zwemmen in de rivier de Lek te Vianen verdronk, is Zaterdagmiddag opgevischt en gister aldaar ter aarde- besteld

Vianen overlijden LC 05-09-1914

Op 5 september 1914 plaatste de Leeuwarder Courant dit bericht namens luit. Sieds van Straten en zijn compagnie.

Ook de gebroeders Broersma schreven over deze gebeurtenis. Theunis schreef het volgende:

Hier is deze week onze verdronken kameraad begraven, wat een indrukwekkende begravenis. De meesten der landweermannen hebben gevolgd, ik was wat te laat, wat door een beetje onnadenkendheid ’t geval is geweest. Ook van de fam. waren er niet zoo veel ’t was ook een reis van komsa heele maal van Schiermonnikoog. Een broer die bij de Grenadiers onderoficier is en een broer die in Schoongoven de een of andere betrekking heeft volgden, eerstgenoemde was heel onder de indruk en de laatste bedankte namens de familie. Voor de oude moeder, wie voor ’n veertien dagen haar man ter grave gebracht is, zijn ’t wel zware dagen. De maanden Augustus en September van ’t oorlogsjaar 1914 zullen de vrouw een knak gegeven hebben wat ’t verder leven haast niet geheelt kan worden. Als men de soldatenvolgers zoo zag, zou men niet zeggen, dat ze in de oorlog zoo vele om kunnen brengen, men zou zoo zeggen, wat voor vreselijks men tegenwoordig in de couranten leest, zulks zou in deze geleerde wereld niet meer gebeuren, maar ’t is helaas maar al te waar. De uitvindingen om medebroeders te vermorselen is haast geen denkbeeld van en hoe is er al jaren in stilte aan gewerkt.

Anne Boersma schreef:

Maandagavond is hier de verdronkene kameraad naar het kerkhof gebragt, Het was een heel eenvoudige begrafenis als milicien zijnde, er was geen muziek en ook geen groot tenu, want dat hebben eenvoudig de landweermannen niet. Een predikant (Oderdone [?] ) hield er een toespraak. Hoofzaak was militairen, ’t stadsbestuur en twee van zijn broers. Gisteravond werd voor de militairen een lezing gehouden door de Battlioncommedant over expenditie van Bali van ’06, ’07, ’08. Wij hebben de eer gehadt er niet te wezen want zoo’n reclame voor ’t militarisme dat is niks voor ons.

Pieter Brouwer (1893-1916)

Op de middag van 2 augustus 1916 verdrinkt de uit Bergum afkomstige Pieter Brouwer in het Zederikkanaal nabij Vianen.

Pieter Brouwer wordt op 3 juli 1893 in Bergum geboren. Hij hoeft in 1913, op 20-jarigre leeftijd, niet in dienst. Hij krijgt vrijstelling wegens broederdienst. Reden daarvoor is dat hij twee oudere broers, Jan en Johannes, heeft. Zij moeten wel in dienst. Volgens de regels voor de militieplicht behoeven slechts twee jongens uit een gezin in dienst.

Echter, de in 1915 in het parlement aangenomen landstormwet gooit roet in het eten. In 1914 worden alle militairen in Nederland van zowel militie als landweer gemobiliseerd. Na verloop van een aantal maanden blijkt dat de mobilisatie veel langer gaat duren dan verwacht. Bovendien komt er in Nederland een politieke lobby die de sterkte van het leger wil uitbreiden. Vele jongemannen zijn in het verleden immers uitgeloot of, zoals Pieter, vrijgesteld van militaire dienst. Bovendien wordt het als een toenemende last gezien dat veel oudere landweerplichtigen lang in dienst moeten blijven. Na heftige politieke discussies weet minister van Oorlog Bosboom medio 1915 de landstormwet door het parlement te krijgen. Kern daarvan is dat alle mannen tussen de 20 en 30 jaar, die in het verleden waren vrijgesteld van militaire dienst, alsnog gefaseerd als landstormplichtige moeten opkomen. De beschikbaarheid van geoefende militairen wordt hierdoor vergroot, terwijl tegelijk oudere lichtingen landweerplichtigen naar huis mogen.

In november 1915 zijn de mannen, geboren in 1893, aan de beurt. Zo is Pieter Brouwer alsnog de klos. Hij is ongehuwd en is, evenals zijn vader, straatmaker van beroep. Na een korte opleidingstijd wordt hij toegevoegd aan het tweede bataljon landweer-infanterie.

Pieter Brouwer is niet de braafste militair. Vlak voordat hij naar het 2de Bataljon LWI gaat krijgt hij een straf van acht dagen politiekamer, met als opmerking: Na het avondappel luidruchtig gedrag in de Chambres, en de sergeant van de week die hem dit verbood, een ongepast antwoord gegeven. Tijdens de mobilisatie. Op 3 maart 1916 gaat Pieter over naar het 2de Bataljon LWI. Op 21 juni 1916 geeft luitenant Van Straten hem een straf van twee dagen politiekamer met als aantekening: Op het avondappèl gemankeerd en 15 minuten daarna binnengekomen. Tenslotte krijgt hij op 4 juli 1916 vier dagen kwartierarrest met als reden: Op post staande, zonder dat het weder daartoe aanleiding gaf, in het schilderhuis plaats genomen. [Bron: NL-HaNA, Controlelijsten Landmacht, 2.13.66, inv.nr. 662]

Op 2 augustus 1916 slaat het noodlot toe. Pieter verdrinkt nabij Vianen, buiten diensttijd in het Zederikkanaal. Het Zederikkanaal is de omstreeks 1824 geconstrueerde vaarweg van Vianen naar Gorkum die voor een groot deel bestaat uit de kanalisatie van de riviertjes de Linge en de Zederik. Ruim 4 uur nadat hij is vermist wordt zijn lichaam gevonden. Per telegram wordt de burgemeester van Tietjerksteradeel in kennis gesteld, eerst van de verdrinking, later van de vondst van zijn stoffelijk overschot. Aan hem de ondankbare taak de familie te informeren.

Uiteraard wil zijn familie graag dat Pieter in Bergum wordt begraven. De burgemeester vraagt de militaire commandant of dit mogelijk is. Maar dan blijkt hoe zorgzaam de Nederlandse overheid is voor de gemobiliseerde militairen. De kosten van transport van een overledene worden namelijk nooit betaald door de regering, zo is het antwoord. Daar draait de familie zelf voor op, evenals voor de reiskosten naar de begrafenis. In het gemeentearchief van Dokkum is het telegram bewaard gebleven over een soortgelijk overlijden van Klaas Oberman.  Het antwoord van de compagniecommandant daarin niets aan duidelijkheid te wensen over. “Op rijkskosten kan nimmer familie overkomen en evenmin kan op rijkskosten het lijk worden vervoerd. Ouders kunnen een verzoekschrift voor de reiskosten naar de minister sturen, doch dit zal niets geven.” Zie hierover http://www.wereldoorlog1418.nl/vergeten-WOI-veteranen/

Ook de familie van Pieter Brouwer is financieel niet in staat om hem naar Bergum over te brengen. En zo blijft de Fries Pieter Brouwer voor altijd in Vianen. Zijn familie is erbij aanwezig, enkel en alleen omdat een collecte onder de soldaten voldoende heeft opgebracht om de reis- en verblijfskosten te kunnen betalen.

Het rijk kan gelukkig nog wel de kosten betalen van het telegram, waarin de burgemeester van Tietjerksteradiel wordt bedankt voor zijn bemoeienissen met de afhandeling….

[Bron: Gemeente Archief Tytsjerksteradiel, Archief Gemeente Secretarie, inv. nr. 1591.]

 

Leeuwarder Courant 3, augustus 1916

Bergum, 2 aug. De gemobiliseerde landstormplichtige Pieter Brouwer, van Bergumerheide, is hedenmiddag, terwijl bij buiten dienst in het Zederikkanaal te Vianen aan het zwemmen was verdronken. Het lijk is nog niet gevonden.

 

PieterBrouwerOp 4 augustus 1916 plaatste de Leeuwarder Courant dit bericht namens luit. Sieds van Straten en zijn compagnie.

PieterBrouwer2

Op 8 augustus 1916 plaatsten de broers en zussen van Pieter Brouwer een bericht in Hepkema’s Courant.

Collegamilitair Johannes Knijff schreef een gedicht over Pieter Brouwer, welke op 16 augustus in de Soldatencourant werd geplaatst:

Soldatenkrant 16-08-1916)