Anne Boersma

AnneBoersma

Een groep soldaten in de Brederodestraat. In de achtergrond zijn de Roomse-Katholieke kerk en de betonnen watertoren te zien. Anne Boersma is de middelste van de vijf personen die aan tafel zitten. Met dank aan Jan Boersma voor de foto.

Anne Jans Boersma (1884-1965) was net als zijn broer Theunis enige tijd in Vianen gemobiliseerd. Hij is mogelijk enige tijd bij Gerrit van Iperen gehuisvest geweest, en ook zeker bij bakker A. Kool. Deze bakker zorgde in Vianen voor een primeur, want hij noemde zijn zaak de “Eerste Viaansche Mechanische Bakkerij”. De modernste deegbereiding vond hier in 1915 plaats.Voor de andere 12 bakkers in Vianen was dit een grote concurrent,want zij Kneedden het deeg nog met de hand. Tussen de brieven in het archief van de familie Boersma (Tresoar, inventarisnummer 322-02) zat ook een ansichtkaart die door deze bakker Kool is geschreven. Anne Boersma schrijft zelf overigens dat hij zich zo weinig mogelijk met de bakkerij bemoeide. Uiteindelijk kreeg hij een gunstig baantje als ober in de sociëteit waar de soldaten konden lezen, spelletjes spelen of brieven schrijven. Boersma noemt zichzelf dan lacherig “rentenier landweer”.

 

Dinsdagavond [20 oktober 1914], Tricht

 Beste Ouders,

 Al hoe wel Th. Altijd jullie schrijft zal ik ook maar eens een klein teekentje van leven geven. Ik weet nog niet waar hij zit alhier. Ik heb zoo’n uitstekent kwartier gekregen, dat ik maar hoop dat wij deze drie dagen hier maar blijven. Als ik weer thuis kom zal ik het wel uitvoeriger vertellen, misschien ga ik zaterdag weer.

 Hartelijk groetent, je liefhebbende zoon A. J. B.

 

Vianen Zondagmiddag

Beste Ouders!

Wij zouden Th. En ik vandaag te zamen weg met de fiets, ik naar mijn kostbaas te Tricht en Th. Naar Evert te Wadenoijen. ‘k Kreeg van de week een kaartje dat ze mij zondag a.s. verwachten, als ’t mooi weer was. Nu dat is ‘t. ’t Is weer een prachtige dag. Daar hebben zoo lang de mobilisatie duurt tot nog toe niet over te klagen. Dat is voor ons all’een voornaam ding. Nu Th. Is zoo straks weg gereden. Die wou niet eerst dan twaalf uur weg na ’t middag appel. Dat was mij wat te laat, daarbij had ik ook geen fiets, dat misschien wel zou zijn los geloopen, doch mijn idee was er nu af, wat mij eigelijk nu al wat spijt met zulk prachtig weer. Nu ben ik maar begonnen een brief te schrijven naar aanleiding van moeder haar brief daar wij ten zeerste mee waren ingenomen. Wij zijn altijd er mee ingenomen dat er eens een berichtje komt, daar men wat op de hoogte blijft van wat er al zoo voorvalt in ons weg zijn en dat heeft als altijd nog onze meeste belangstelling. Vrijwat meer dan deze rommel, dit is voor ons heelemaal niks, en het zal een vreugde zijn als wij hier weer van verlost zijn. Het wordt zoo het nu lijkt niet minder op. De wachten worden wat ingetrokken, er wordt gezegd van heelemaal. Dat is al een voornaam ding, dat wacht kloppen ’t minste bij nacht dat is een koude liefhebberij. Ook worden wij ingekwartierd in zoo ver, zonder voeding. Dan krijgt men hoogstwaarschijnlijk beter ligging. Zoo het nu staat komen Th. En ik dan tezamen bij een bakker alhier, wat ons niet zo slim toelijkt. Dit gaat niet eerder in dan aanstaande woensdag. Dat dit zoo treft en als het lukt, hebben wij het te danken aan de heer Bakker de man van ons militair tehuis te zeggen vrijzinnig tehuis die klerk is op het stadhuis.’t Spreekt vanzelf dat dat ons beter toelijkt dan thans in het hooi en in het stroo. Naar men ons zegt zijn het beste menschen dat dan zullen wij het wel melkaar wel kunnen opschieten. Overigens is er weinig te vertellen. De dienst is alle dagen, als voor gaand rechtsom en linksom. ’t Is gauw zoo ver dan is worden ze allemaal ziek van de pest die men er in krijgt, ’t is teminste een jammerklacht om naar huis toe, doch het is nog steeds de vraag, wanneer. Ik die nog al eens aan het kaartspel een pandoertje, dat maakt nog iets goed van deze toestand. ’t Slapen dat is ook nog al een voornaam ding. ’t Was niet mij van morgen al half negen. Mijn slaapjes die met mij boven in ’t hooi liggen zijn met verlof, nu heb ik deze dagen zes dekens tot mijn beschikking, dat mij best is bevallen, jonge jonge daar lag ik warm in, want her is hier rust en warmte dan ’t is een voornaam ding. Th. Komt a.s. zaterdag met verlof zoo het er nu voorstaat. Men is niet eerder gerust dan wanneer men weg is. Ja, dat heeft het er soms ook nog aan, zoo als onlangs met die haastife terug roeping. Dat wordt al nader onderzocht door de regeering. Van de week moesten die verlofgangers voor de Comp. Commedant. De afzender van het telegram aan de koningin over de handelwijze van de commedant moest voor de Batt.Commedant. Verder hoort men er nog niets van. ’t Zal voor de commedant wel wat mee vallen. Op ’t oogenblik is hier een broer van een slaapie die bij Th. Ligt die bij de veld is, die A. Vellinga ook wel kan. Wij denken er al eens over om eens in Tilburg te zien, op een zondag, dat is van af Culemborg niet zoo’n groote reis, op de trein. Nu de vier blaadjes zijn weer zoo wat vol, en laat het verder nieuws maar aan Th. Over. Voor a.s. zondag. Misschien kom ik met veertien dagen, doch ik reken op vandaag drie. Ontvang hier bij mijn hartelijke groeten, je liefhebbende zoon A.J.B.


Vianen Woensdagmiddag

 Beste Ouders,

 Al hoe wel Th. Anders de schrijver is naar Blija heb ik het thans maar op mij genomen om deze taak te vervullen. ’t Komt ook mee, dat moeder mij toen ik laatst thuis was ook zoo compliment heeft gegeven over mijn brief schrijven dat ik, nu het moeders verjaardag is ook niet kon nalaten om te schrijven. Ook komt het mee, dat Th. Misschien zaterdag, en anders maandag thuiskomt voorvast weet hij het nog niet. Hij moet feitelijk maandag, doch hij is op ’t oogenblik naar de Comp’ie Commandant toe om er over te spreken al hij zaterdag mag weg gaan, ’t zal mij al eens benieuwen Th. Wil om eigelijk niet zoo lullen als ik ook weg moet hier maar wat kletsen dan krijgt men nog eens wat los. Ik voor mij vind het prachtigst onder dienst als ik ’s avonds ga teslapen als ik dan zeggen kan, nu heb ik de hele boel weer verzweeft dat vindt ik de grootste genot onder dienst. Dat gaat tot nog toe wel goed, doch er zal wel eens een slag op komen. ‘k Ken nu al weer zoo wel dat ik zaterdag op zondag niet in de wacht zit, als ’t goed gaat. Want daar hebben wij zondag geen zin in om op wacht, in de week hindert niets, dan heeft men twee vrije dagen, maar zondag dan moeten wij er niets van hebben. Nu moeder ik zou laatst al weer vergeten, zoo’n echte dienstklopper ben ik, dat ik voller van de dienst ben dan van moeders verjaardag. Maar zoo zit het niet hoor, ’t was maar een aanloopje om te beginnen. Nu dan van harte van ons gefeliciteerd met je vijf en zeventig verjaardag en hopen dat nog verscheidene keren te doen. Dat hadden wij van ’t zomer niet gedacht, dat wij het in Vianen als militair zouden moeten doen. Doch zoo gaat het, ’t is altijd nog maar mooi dat ’t hier bij blijft. Het hadt ook nog slimmer kunnen zijn. T. en kleine Jan willen Beppe wel mondeling feliciteren, teminste zoo schreef T. Ik hoor de laatste keeren niet veel lof van Jan. Beppe, hij is ondeugend en alzoo meer, dat het al weer tijd wordt dat ik thuis kom, Ruurd zal ook wel thuis zijn zondag, dat ik hoop dat Th. Het zal los krijgen dat hij zaterdag mag weggaan. Ik had dan ook wel ’t idee om weer naar huis toe, teminste nu het reizen ook kosteloos is, ’t wordt zoo langzamerhand wel goed in de mobilisatie, ’t mooiste komt eindelijk als wij geheel weer naar huis kunnen. ’t Wordt zoo zachtjes aan ook al tijd, Om de dienst, dan kon nu wel want dat is eenvoudig hier treurig, ja feitelijk mooi want zij weten haast niet hoe ze ons wat afleiding kunnen geven. Was men thuis nu niet zoo nodig, dan was het nog niet zoo slim, doch ’t geeft allemaal niks, blijven dat is de boodschap voorloopig. Hidde Vonk den timmarman van Hantumhuisen heeft twee maanden verlof gekregen, aangaande zijn vertimmering van ’t gemeentehuis te Ternaard. Dat is prachtig daar heeft de burgemeester van West-Dongeradeel zijn werk van gemaakt. Hij was dan ook wel in zijn nopjes. Maandagavond is hier de verdronkene kameraad naar het kerkhof gebragt, Het was een heel eenvoudige begrafenis als milicien zijnde, er was geen muziek en ook geen groot tenu, want dat hebben eenvoudig de landweermannen niet. Een predikant (Oderdone [?] ) hield er een toespraak. Hoofzaak was militairen, ’t stadsbestuur en twee van zijn broers. Gisteravond werd voor de militairen een lezing gehouden door de Battlioncommedant over expenditie van Bali van ’06, ’07, ’08. Wij hebben de eer gehadt er niet te wezen want zoo’n reclame voor ’t militarisme dat is niks voor ons. Nu Th. Zal u wel meer vertellen, ‘k hoop verder dat jullie tezamen een plezierig dag mag hebben. Nu moeder nogmaals wel gefeliciteerd. Onze hartelijke groeten aan de hele familie.

 Je zonen A. en Th. J. Boersma.

 

Vianen Zaterdagavond

 Beste Ouders!

 Deze brief zal ik maar aan jullie zenden, daar als te minste ’t weer het toelaat T. ook in Blija zit met de kinders. ‘k Hoop dan ook bezonder als het prachtig weer is, dan is het ook feest voor Jan en Foppe. Jan die is wat in zijn nopjes als hij naar Beppe kan. En ik denk wel als moeder er ook trots op is dat zij ’t gezelschap eens op bezoek krijgt. Ook T. zou het erg spijten als ’t over ging want die zondagen zijn voor haar het vervelenst teminste nu er twee zijn. Wat is het toch jammer dat ik niet van de partij ben dat nog steeds die ellendige mobilisatie maar voortduurt, en ons al het huiselijk genot ontneemt. Dit gevoelt men het meest als men net met verlof is thuisgeweest. Uit Th. Zijn briefkaart vernam ik dat hij een uitstekende reis hadt gehat en dat ook B [of R.?] thuis was. Doch deze gaat naar Arnhem, dus hij is niet thuis als T. met haar kroost in Blija is. Nu dan moet hij maar een middag of een nacht naar Anjum vindt ik. Daar op de vergadering in Arnhem zal het er wel eens lustig op toegaan. ‘k Ben al eens benieuwd hoe of het afloopt met de eenheid in de partij. Ook ontving ik een brief zooeven van [?] Nog al een die vrij wat opgewekt was, wat voor mij het plezierigst is. ‘k Hadt van de week nog al druk gehad met de bakkerij. En zij hadt deze dagen al aardig handel gedaan. Dat is voor mij plezierig als wij de kop er nog zoo flink voorhouden. De kinders gezond en lief, daarbij de bakkerij nog naar omstandigheden flink, zoo dat er is nog veel is om opgewekt te zijn al hoe wel het mij bar de keel begint uit te hangen, als is men dat niet met ’t genot van de kinders want moeder hier ben ik werkelijk trots op. ‘k Behoef mij hier niet te vervelen deze dagen. Gisteravond was er weer muziek bij mij in de soos. Vanmorgen heb ik de boel weer opgepakt stoelen enz. en biljart afgeborsteld wat anders niet voor mij is. Morgenavond is het bioscoop. Bij Kool komen 4 logeergasten allen jonge heeren. Wouter een broer van de vrouw en twee neven uit Boskoop, zoodat het er wel weer druk van langs zal gaan. Nu daar ben ik ook niet zoo bang voor. Zij hadden vandaag weer een druk dagje in de bakkerij vanwege de feest dagen. Jan de knecht was gisteravond negen uur ook al begonnen, nu was vanavond ook al zeven uur als hij gedaan had en dan vanavond nog 1 ½ uur fietsen, dan wil men het ook wel gelooven. Zondag op maandagnacht zal ik hun helpen zoodat zij dan vroeg klaar zijn de maandags. Ik trek mij hier anders weinig van de bakkerij aan. Zooveel mogelijk leef ik voor plezier hier. Met de zieken knapt ’t weer aardig op bij jullie naar ‘k hoor. Nu daar hebben jullie gelijk in, ’t mooie weer komt weer aan, zoodat dan alles wel weer in orde komt. Ik hoop met veertien dagen des zondags weer aan te komen, een paar of een trein [?]. Dan is het vaders verjaardag, dat komt dan presies uit met mijn verlof. Op ’t oogenblik heb ik een verzoek naar de minister geschreven om van 17 April tot 1 Juni wekelijks een verlof van drie dagen per week. ’t Zal wel niet wat worden, doch men kan zacht eens wat proberen. Dat ging dan om de Mei drukte vanwege trouwpartijen enz. ’t Landbouwverlof zal wel niks worden. Nu de brief is weer vol en maar geëindigt met de wensch dat jullie te zamen ’n hoop bezonder dat T. met de kinder er ook van profiteerd, plezierige prachtdagen zult vieren. Deze brief is ook voor T., daar ‘k verwacht dat zij ook in Blija is. Maandag zal ik weer een naar A. schrijven.

 Hartelijk groetent je liefhebbende zoon A. J. Boersma

 

3 augustus 1915

 Geachte vrienden,

 Hier een anzicht waar Anne werkzaam is in dit huis met dat kruisje er op. Teunis is van avond hier tot dinsdag morgen omdat de Koningin Moeder jarig is nu hebben alle militairen verlof van middag. Nu, de groeten van Teunis en Anne en niet het minst van ons beider A. Kool en A.K. Kool v/d Broek.

 

Kool

 

Vianen Zaterdagavond

 Beste Ouders

 ’t Is al weer een poosje geleden dat ik eens bij jellui geweest ben nog langer dat ik eens heb geschreven. Th. Heeft het geloof ik ook sinds zijn verlof ook nog niet gedaan, en daar ik tegenwoordig heel best aan tijd heb om te schrijven, zoo doende zal ik deze taak maar aanvullen, daar moeder misschien al weer eens erg nieuwsgierig is hoe of het met ons gaat. Nu dat is tot nog toe altijd maar patent. Th., zoowel als ik. Hoe is met jellui? Hoest vader nog steeds? Aan Th. te horen dan knapt het wat op, al eens gewandeld, dat is altijd een goeie beweging, al hoe wel ik hier niet erg op gesteld ben daar is men eenvoudig te lui voor. Ik te minste. Ik ben hier nogal wat een lui heerschap. Met moeder is het nu weer gezond niet? Ja, hou jullie maar taai dat is het beste. Reinder hoe zit het dat nog steeds niet in orde. Ja jonge je zult nog maar onderdienst moeten, dat is nog eens een gezondskuur dat kan je aan ons zien. Nu hou ik wel niet zoo veel van die kuuren, maar zoo is de mensch, hij wil altijd het verkeerde. Als men de courant nagaat dan denken zij nog al aan jullie. Nu wij zullen ’t beste er maar van hopen. Ik denk er tegenwoordig over wat ik Th. ook al heb geschreven om er voor zes jaar bij te teeken. Daar zullen je wel raar van op hooren he. Nu dit komt dat ik tegenwoordig een reuzen betrekking heb, namelijk kelnder in de sociteit. Ja moeder ik ga hier onder dienst de baan nog op oberkelner in de soos. Ik zal dit nader verklaren want dit klink allemaal zoo vreemd van kelner en over in sociteit en soos. Nu dit zit zoo. Wij hadden een gedeelte van de sociteit die afgestaan werd aan de militairen, om er ’s avond en zondags te zullen lezen, kaarten en schrijven. Nu was dat onlangs gesloten vanwege dat er baldadigheid was gepleegd. Nu is het weer geopend, en nu is het zoo’n soort van Catine. Er is nu een onderofficier en een bediende in. En die bediende is mijn persoon. Mijn dienst is nu van ’s avonds halfzes tot tien uur en zondags van ’s morgens tien tot ’s avonds tien. Veder heb ik er niets met uit te staan. Niks schoon te maken dat doet de arbeider die hier bij de lui in de werk is. ’s Morgens kom ik nu soms negen uur uit de kooi en dan geregeld voor mijn plezier in ’t fietsen naar Utrecht of andere bezigheden naar eigen keus. ‘k behoef niet bij de dienst. Ne maar dit is net wat voor mij, feitelijk ben ik nu rentenier landweer, zoo is hij goed. Maar niet tegenstaande dit, was ik toch liever maar thuis. Jonge ‘k heb soms zoo’n verlangen naar de kinders. ’t Gaat anders thuis maar best. De kinders zijn zoo gezond en T. hou haar zaakje maar flink aan de loop. Wat dit allemaal aangaat heb ik geen reden te klagen als ik naar velen van mijn collega zie. Waneer zal tijd eens komen dat wij weer in ons gewoon leven terug komen. ’t Best voetje maar voor. Wij hebben hier anders ook een best inkwatiering. Dat behoeft ook nooit beter. Vandaag heb ik een oude pereboom gerooid met wortel en tak. De volgende week nog twee, zoo dat ik wel werk heb. Maar dat doe je veel liever dan bij de dienst. Daar wordt je misselijk van. Waneer wij weer met verlof gaan durf ik nog niet met zekerheid te zeggen. Dat duurt altijd zoolang. ’t Is net of duurt ’t een eeuwigheid, maar die drie dagen zijn zoo maar voorbij. Nu ’t velletje is vol en maar geëindigt.

 Vooral onze hartelijke groeten, van je liefhebbende zoons A. en Th. Boersma.